Haar aan
In de supermarkt zagen zij elkaar voor het eerst. Zij het studentenmeisje met de broccoli; hij de ondeugende krullenkop zonder moeder. Gevlucht, waarschijnlijk. De avonturier wil altijd alles alleen en zelfstandig en zij begrijpt dat. Zij: met haar broccoli.
De kippen kakelden om hanen en de boter smolt te vroeg. Bij de chips en de kar van een meneer die tussen de yoghurt was verdwaald gebeurde het.
Zijn mooie ogen keken omhoog: haar aan. Zij was een meter langer maar hij een lengte moediger. Is deze van jou?, vroeg hij haar. Al vóórdat ze nee zei begonnen zijn ogen te glimmen – daarna verklaarde hij: dan is hij van mij!, en de kleine handjes reden de kar blij dichter naar de rekken. Chips in rode, groene, paarse en spannende zakken gooide hij in de kar. Zij met haar broccoli moest lachen. Hij keek trots glimlachend terug. Lekker, zei ze. Nu hadden ze samen een geheim. Een complot. Hun ogen, daaraan kon je het zien: wij tegen de rest van de wereld.
Moeder riep hem terug en zij at ’s avonds zwijgend haar broccoli bij het felle licht van een onbedekt peertje.