15 17

Verloedering

 

Waar blijven de muizen? De koekkruimels liggen al een week onder mijn bureau.

Waarom spuit het bloed niet uit mijn voeten? Ik vergat dat ik gisteren het vaasje kapot liet vallen en nu loop ik over de scherven met mijn blote zolen.

Waarom staat er geen laag water in de gang? Twee afvoeren waren al verstopt, vandaag kwam de doucheput daar nog bij.

De flat staat nog overeind en de muren brokkelen niet af: dát klopt er niet. Er kwamen mannen in kano’s om de fundering weg te hakken.

Er is hier maar één ding: één ding dat goed is. Mijn longen branden en mijn hart staat bijna stil. Ik heb de kracht niet meer om de proppen met het groene slijm naar de prullenbak te gooien. Ik zal spoedig sterven en gaan stinken, totdat er niets overblijft dan een kruipende schimmel in een zweterig bed. 
En dat is goed.