28 30

Blij omdat blij en daarom blij

 

Blij omdat blij en daarom blij. Vrolijk omdat vrolijk en daarom vrolijk. Fijn omdat fijn en daarom fijn. Gelukkig omdat gelukkig en daarom gelukkig. En als even niet dan later toch weer wel: blij omdat weer blij en daarom blij.

Maar dan soms: jamaar blij omdat blij is kortzichtig naief en flauwekul. En dan dus: wat leeg, wat saai, wat niets, wat weinig, wat hol en koud en eng.

En dan meestal weer: blij omdat blij is flauwekul maar flauwekul is leuk, en kijk, dat plastic zakje in de boom en voel, het steentje in je schoen. En dan dus: blij omdat weer blij en daarom blij. Joepie omdat joepie en daarom joepie.