31 33

De gedachtenbode, meneer

 

Dat het Hele Al uit gaten bestaat. En wij, wij zijn iets minder gat. Minder gat denkt gedachten. Nog meer gaten dus. De iets-dingen die wij maken, verdringen die de gaten en gedachten? Of worden de gaten en gedachten geordend in de iets-dingen?

Wetenschappelijke gedachten van de grootste gatenmakers samen in één gat met een gebouw eromheen. Waar de bedenkers van de gedachten dan weer in kunnen lopen – ook heel handig. 
Kunstzinnige gedachten van dingenmakers samen in een ander gat, met een ander iets eromheen. 


Ik heb een baan gevonden. 
Wat mij leuk lijkt – en ook heel nuttig – is buiten rennen met een vlindernetje. Om gedachten die buiten gedacht zijn, en dus niet in het goede hokje zijn gekomen, te verzamelen. En ze dan vrij te laten in de gebouwen waar ze horen, en gebruikt kunnen worden. 


Ik kom bij de portier. Hij kijkt chagrijnig. 

De gedachtenbode, meneer.
Hij wijst. Een buis. Ik schroef mijn pot open en – fjiew! – daar gaan ze. Wat een prachtbaan. 
De portier drukt op een knopje om de gedachtencirkulatie op gang te zetten. Zoef, door het hele gebouw. Hij zegt niet eens gedag als ik weer weg ga. 
Eikel.