32 34

Pijnlijk

 

Een man, een vrouw, twee honden en een zakje met bananenschillen en koffieprut.

De vrouw hield een niet-uitgeslapen hond aan de lijn. Hij schudde sullig met zijn hoofd, alsof hij dingen die hij niet echt kon bevatten probeerde te ontkennen. 
De andere hond wroette in de struiken. Zijn lijn tussen zijn poten. Zijn vieze achterwerk kwispelde en keek voorbijgangers ranzig aan. 
Waar is-i nou? vroeg de vrouw aan niemand in het bijzonder. De meneer keek dommig naar een fietser in een gele jas. Niets wees erop dat hij trachtte de vraag te beantwoorden. 
Ook de eend in het water hield zijn mond. 


Wat een meneer met een groentebak in het park doet snap ik niet.