Een Voskuil
Hij draagt witte truien, knalwit, en vandaag dacht ik ineens: dragen universitair opgeleide mensen wel knalwitte truien of t-shirts zonder iets eroverheen? Hij eet brood uit zakjes en drinkt uit flesjes, pakjes en blikjes. Hero MultiFruit. Die cola zou ik best willen pakken en opdrinken. Hij heeft zijn walkman op, ik kan voorzichtig zijn. Zou hij het merken?
Beneden is een automaat. Even opstaan en de trap op en neer is alleen maar gezond.
De mevrouw van hiernaast kwam langs om tafels te bekijken. O, jij zit nog aan zo’n kleine tafel, zei ze. Zou het betekenen dat we grotere tafels krijgen straks?
Het is een groot recht gebouw, waar ik in zit. Maar één raam staat open. Schuin naar boven. Daarin drijven de wolken voorbij. Ik kijk ernaar, al de hele dag. Want dat raam is mijn uitzicht. Ik weet dat er ook iemand achter zit. Wie? Ik kijk de hele dag naar die, denkt die.
De lamp in het keukentje doet het weer en de wc waarop wekenlang een briefje hing met ‘defect’ spoelt ook weer door.
Alles is hetzelfde. Alles is anders, iedere dag. Ik zou zó een Voskuil kunnen schrijven.